Niets veranderen
De zecchino behield meer dan vijfhonderd jaar lang hetzelfde gewicht, gehalte en beeld. Juist die koppigheid maakte hem tot de handelsmunt van de Middellandse Zee: wie hem aannam, hoefde hem niet te controleren.


Door te bestellen gaat u akkoord met de Algemene voorwaarden en hebt u kennisgenomen van het Herroepingsrecht.
Origineel uit de middeleeuwen


U ziet de voorzijde.
Tussen de dag waarop dit stuk ontstond en de dag waarop u het in handen neemt, liggen ongeveer
1.200jaar
Plaats in de geschiedenis
De middeleeuwen kenden geen wereldgeld. Wat een dagrit verderop gold, was een vraag op zich, en wie handel dreef, rekende voortdurend om. Deze zeven stukken staan voor zeven antwoorden daarop.
621 tot 907
Keizerlijk China
China goot zijn geld in plaats van het te slaan: vloeibaar brons in vormen, met als resultaat een rond stuk met een vierkant gat, zodat er duizend van aan één koord konden worden geregen. Keizer Gaozu voerde in 621 de Kaiyuan Tongbao in en legde er een gewicht voor vast, waaruit later de Chinese gewichtseenheid qian ontstond. Bijna driehonderd jaar bleef dit stuk de standaard.
8e tot 9e eeuw
Kalifaat van de Abbasiden
Vanuit Bagdad regeerde de grootste macht van de toenmalige wereld, en haar zilveren dirham circuleerde van Centraal-Azië tot in Scandinavië. Hij draagt geen beeld, alleen schrift: geloofsbelijdenis, muntplaats, jaar en heerser. Vikinggraven in Zweden liggen er vol mee, omdat de handel via de Russische rivieren tot aan de Oostzee reikte.
Uw stuk
1099 tot 1268
Kruisvaardersstaten
Na de verovering van Antiochië in 1098 sloegen de nieuwe vorsten hun eigen geld, en het ziet eruit zoals hun positie was: de vorm van een westerse denier, een kruis, daarbij een gehelmd hoofd, en omschriften die schommelen tussen Latijn en Grieks. Het geld van een staat die tussen twee werelden lag en het geen tweehonderd jaar volhield.
1284 tot 1797
Republiek Venetië
Venetië voerde in 1284 onder doge Giovanni Dandolo de gouden dukaat in, later zecchino genoemd, met 3,545 gram van het zuiverste goud dat de middeleeuwse metallurgie kon maken. Aan die standaard veranderde de republiek tot haar einde in 1797 niets. Meer dan vijfhonderd jaar hetzelfde gewicht, hetzelfde beeld: daarom gold de zecchino van Alexandrië tot Antwerpen.
1371 tot 1463
Rijnse goudgulden
In het Rijk sloegen de aartsbisschoppen van Keulen, Mainz en Trier samen met de Palts naar het voorbeeld van de Florentijnse florijn, en ze stemden hun munten onderling af. Keulen zette de apostel Petrus op de voorzijde en het stadswapen op de keerzijde. De Rijnse gulden werd de leidende munt van het Rijk, waarin men prijzen noemde, ook als men met penningen betaalde.
1381 tot 1407
Meissense groschen
De vorstengroschen kwam uit het zilver van het Ertsgebergte en moest standhouden tegenover de Rijnse gulden: ongeveer drieëntwintig stuks op één gulden. Vanaf 1396 sloeg men hem met duidelijk minder zilver en kookte men de muntplaatjes in wijnsteen, zodat het oppervlak wit bleef. Van buiten zag de groschen eruit als voorheen.
14e tot 15e eeuw
Brakteaat
De kleinste noemer van het dagelijks leven: een blaadje zilver, aan één kant in een zachte ondergrond geslagen, zodat het beeld aan de voorkant uitsteekt en aan de achterkant hol blijft. Schweidnitz in Silezië zette er een everzwijn op, het wapendier van de stad. Veertien millimeter, een vijfde gram, en daarmee werden laken, graan en vrachtloon betaald.
De zecchino behield meer dan vijfhonderd jaar lang hetzelfde gewicht, gehalte en beeld. Juist die koppigheid maakte hem tot de handelsmunt van de Middellandse Zee: wie hem aannam, hoefde hem niet te controleren.
Brakteaten werden in sommige streken regelmatig ingetrokken, soms twee keer per jaar: oud geld werd ongeldig en moest tegen nieuw worden ingewisseld. De vergoeding daarvoor was vaak de enige belastinginkomst van de muntheer, en wie te laat kwam, verloor een deel van zijn geld. Geld met een houdbaarheidsdatum, zeshonderd jaar voordat het begrip bestond.
Bewaren
Middeleeuwse munten zijn geen moderne muntplaatjes. Een brakteaat is een vijfde gram plaatzilver en buigt tussen twee vingers, goud is zo zacht dat een vingernagel er sporen in achterlaat, en de donkere laag op zilver en brons is patina: in de loop van eeuwen gegroeid, onder verzamelaars een kenmerk van echtheid en na het poetsen niet terug te halen.
Dunne muntplaatjes hebben steun over het hele oppervlak nodig. Een capsule of een munthouder, geen los zakje waarin het dunne metaal op een rand komt te staan.
Vingerafdrukken bevatten zuur en zout. Neem het stuk aan de rand tussen duim en wijsvinger, boven een zachte ondergrond.
Geen azijn, geen zilverpoetsdoek, geen ultrasone reiniger. Wie een korst wil laten verwijderen, laat dat over aan een restaurateur, niet aan de gootsteen.
Kaum drei Gramm wiegt dieses Stück Metall. Und doch liegt darin ein ganzes Zeitalter: Der Silber Dirhem aus dem Großreich der Abbasiden stammt aus jener Epoche des 8. und 9. Jahrhunderts, in der Bagdad die reichste und gelehrteste Stadt der damals bekannten Welt war. Wer diese Münze in die Hand nimmt, hält echtes Umlaufgeld aus dem Mittelalter – kein modernes Erinnerungsstück, keine Nachprägung, sondern authentische Geschichte zum Anfassen. Für Sammler historischer Silbermünzen gehören diese Stücke zu den greifbarsten Zeugnissen einer untergegangenen Hochkultur.
Die Dynastie der Abbasiden übernahm 750 die Herrschaft über das Kalifat und löste damit die Umayyaden ab. Ihr Name geht auf al-ʿAbbās ibn ʿAbd al-Muttalib zurück, einen Onkel des Propheten Mohammed. Das neue Machtzentrum entstand am Tigris: Bagdad, offiziell Madinat as-Salam – die „Stadt des Friedens". Von dort aus regierten Kalifen wie al-Mansur, al-Mahdi und vor allem Harun al-Raschid (786–809) ein Reich, dessen Handelswege von Nordafrika bis nach Zentralasien reichten.
Es war eine Blütezeit der Wissenschaft, der Medizin, der Mathematik und der Dichtung. Harun al-Raschid ist bis heute jener Herrscher, an dessen Hof die Erzählungen aus „Tausendundeiner Nacht" angesiedelt sind. Der Dirhem war das Rückgrat dieses Wirtschaftsraums – und er reiste erstaunlich weit. Islamische Silbermünzen tauchen in Hortfunden von Skandinavien bis Nordengland auf, weil die Wikinger sie im Fernhandel gegen Pelze, Häute und Elfenbein eintauschten. Silber war die Weltwährung des Frühmittelalters, und der Dirhem war ihr wichtigster Träger.
Wer ein Bildnis sucht, sucht vergebens. Islamische Münzen dieser Zeit verzichten bewusst auf Abbildungen – stattdessen trägt der Dirhem auf beiden Seiten arabische Schrift in der kantigen, streng gesetzten kufischen Kalligrafie. Im Zentrum der Vorderseite stehen mehrere Zeilen des Glaubensbekenntnisses, umgeben von einer Randumschrift, die traditionell Prägestätte und Prägejahr nach islamischer Zeitrechnung nennt. Die Rückseite wiederholt dieses Prinzip mit weiteren Zeilen im Feld und einer Umschrift entlang des Randes.
Die Stücke wurden von Hand gehämmert. Deshalb ist jedes Exemplar leicht unregelmäßig gerundet, jede Schrötlingsform ein Unikat. Genau diese handwerkliche Individualität macht den Reiz aus – zwei identische Dirhems gibt es nicht.
Edelmetall: Silber
Nennwert: Dirhem
Ursprungsland: Großreich der Abbasiden
Rohgewicht: 2,9 g
Durchmesser: ca. 23 mm
Feinheit und Feingewicht: variierend (historische Handprägung)
Prägejahr, Prägestätte, Kalif: diverse – Zuteilung nach Verfügbarkeit
Erhaltung: Die Stücke sind gelaufenes Zahlungsmittel und tragen entsprechende Spuren: dunklere Patina, individuelle Zentrierung, Kerben, Abnutzungen und teils schwächere Legendenpartien. Genau das macht den Reiz aus. Da Prägejahr, Münzstätte und Rückseitenvariante divers sein können, unterscheidet sich das gelieferte Exemplar von der Abbildung – Sie erhalten ein Original, kein Serienprodukt. Bitte haben Sie daher Verständnis, dass die Abbildung im Shop ein Beispiel darstellt und von dem gelieferten Artikel aufgrund historischer Umstände hinsichtlich Optik und Erhaltung individuell abweichen kann.
Serie: Geschichte
Bitte beachten Sie: Da es sich um über 1.200 Jahre altes Umlaufgeld handelt, sind Prägejahr, Prägeort und Größe der Schrötlinge nicht einheitlich. Auch Feinheit und Feingewicht schwanken. Sie erwerben ein historisch gewachsenes Original mit Gebrauchsspuren – kein maschinell gefertigtes Produkt.
Historische Tiefe: ein Zahlungsmittel aus der Hochzeit des Abbasiden-Kalifats, geprägt in der Ära von Bagdad, Kufa und al-Muhammadiya
Echtheit statt Replik: originales Umlaufgeld, kein moderner Nachguss
Kleines Format, große Wirkung: mit rund 23 mm handlich, ideal für Vitrine, Sammelalbum oder als Geschenk mit Erzählwert
Silber als bewährter Sachwert: das Metall behält seine physikalischen Eigenschaften über Jahrhunderte – diese Münzen beweisen es eindrucksvoll
Endliches Angebot: historische Stücke lassen sich nicht nachproduzieren; was auf dem Markt ist, ist da
Gold und Silber sind die ältesten Währungen der Menschheit. Sie haben Kalifate, Königreiche und Papiergeldsysteme überdauert – und ihre Kaufkraft dabei nie an das Vertrauen in eine Regierung binden müssen.
Was den Dirhem im 9. Jahrhundert wertvoll machte, gilt unverändert: Silber besitzt einen inneren Wert, der nicht von einem Versprechen abhängt, sondern von seinen physischen Eigenschaften. Anders als Fiat-Geld lässt es sich nicht beliebig vermehren. Hinzu kommt die moderne Komponente: Die Industrie fragt Silber in Elektronik, Solartechnik und Medizintechnik in großem Umfang nach, während das verfügbare Angebot begrenzt bleibt.
Deshalb schätzen viele Käufer Silber als Inflationsschutz und als Krisenschutz. Kleine Silbereinheiten sind zudem seit jeher ein praktisches Tauschmittel – der Dirhem selbst ist der historische Beweis dafür. Und für Vermögen, das über Generationen weitergegeben werden soll, hat physisches Edelmetall eine Eigenschaft, die kaum ein anderer Sachwert bietet: Es altert nicht.
Steuerlich gilt in Deutschland: Gewinne aus dem Verkauf physischer Silbermünzen sind bei einer Haltefrist von mindestens einem Jahr grundsätzlich steuerfrei. Bitte klären Sie Details Ihrer persönlichen Situation mit Ihrem Steuerberater.
Neben dem römischen Denar oder dem mittelalterlichen Pfennig nimmt der abbasidische Dirhem eine Sonderstellung ein. Der Denar zeigt Kaiserporträts, der Dirhem hingegen reine Schriftkunst – ein völlig anderer ästhetischer Zugang, der viele Sammler gerade deshalb reizt. Gegenüber modernen Anlagemünzen wie einer Silber-Unze liegt der Unterschied auf der Hand: Der Dirhem trägt weniger Metall, dafür aber eine Provenienz, die sich nicht prägen lässt. Sein Wert speist sich aus Seltenheit, Alter und Nachfrage bei Sammlern, nicht allein aus dem Feingewicht. Wer beides möchte, kombiniert historische Stücke mit gängiger Anlageware – das ist die klassische Kombination aus Leidenschaft und Substanz.
Der Versand erfolgt als Werteversand. Da jedes Stück ein Einzelstück ist, kann die Verpackung variieren.
Afbeelding kan afwijken van het eindproduct.
Wilt u regelmatig op de hoogte worden gehouden van nieuwe producten, interessant financieel nieuws en exclusieve aanbiedingen? Meld u dan hier aan voor de gratis nieuwsbrief van Kettner Edelmetalle.
Door uw e-mailadres in te voeren en op de knop “Verzenden” te klikken, geeft u de volgende toestemming: “Ik ga ermee akkoord per e-mail te worden geïnformeerd over nieuwe producten, interessant financieel nieuws en exclusieve aanbiedingen en geef daarom toestemming voor de verwerking van mijn e-mailadres voor het toesturen van de nieuwsbrief. Deze toestemming kan ik te allen tijde en zonder opgave van redenen met werking voor de toekomst intrekken. De rechtmatigheid van de verwerking die vóór de intrekking heeft plaatsgevonden, blijft bij intrekking onaangetast.”