280.000
Klanten
Veilige
verzending

Crisisbeschermingspakketten – munten voor de volgende crisis

Aanbod
Pakket Zwart-Rood-Trots
Nog maar 9 te bestellen

Pakket Zwart-Rood-Trots

1.035,75 €1.045,75 €
incl. btw en excl. verzendkosten
Leverbaar in 2–3 werkdagen
Aanbod
Goud starterspakket XS

Goud starterspakket XS

100,84 €101,84 €
incl. btw en excl. verzendkosten
Leverbaar in 2–3 werkdagen
Aanbod
Beginnerspakket zilver M

Beginnerspakket zilver M

147,85 €151,35 €
incl. btw en excl. verzendkosten
Leverbaar in 2–3 werkdagen
Aanbod
Onafhankelijkheidspakket
Nog maar 3 te bestellen

Onafhankelijkheidspakket

4.788,31 €4.838,31 €
incl. btw en excl. verzendkosten
Leverbaar vanaf 21/10/2026
Aanbod
Belastingvrij pakket
Nog maar 1 te bestellen

Belastingvrij pakket

48.806,06 €49.306,06 €
incl. btw en excl. verzendkosten
Leverbaar in 2–3 werkdagen
Aanbod
Pakket Anti-digitaal
Nog maar 2 te bestellen

Pakket Anti-digitaal

9.450,45 €9.550,45 €
incl. btw en excl. verzendkosten
Leverbaar in 2–3 werkdagen
Aanbod
Beginnerspakket goud M

Beginnerspakket goud M

470,22 €479,22 €
incl. btw en excl. verzendkosten
Leverbaar in 2–3 werkdagen
Aanbod
Goud starterspakket S

Goud starterspakket S

181,04 €183,04 €
incl. btw en excl. verzendkosten
Leverbaar in 2–3 werkdagen
Aanbod
Crisisbeschermingspakket goud XXL
Nog maar 6 te bestellen

Crisisbeschermingspakket goud XXL

108.835,14 €109.720,14 €
incl. btw en excl. verzendkosten
Leverbaar in 2–3 werkdagen

Een kilo brood, twee keer gerekend.

In 1923 verloor het papiergeld in Duitsland zijn waarde. Het Statistisches Reichsamt, het statistiekbureau van het Duitse Rijk, legde de prijzen in Berlijn week na week vast, in mark en omgerekend in goud.

Groen bankbiljet: bovenaan Reichsbanknote, in grote letters Zwei Billionen Mark, daaronder de tekst met Berlin, den 5. November 1923, twee ronde zegels en de handtekeningen van het directorium van de Reichsbank
Reichsbankbiljet van twee biljoen mark, Berlijn, 5 november 1923. Publiek domein, via Wikimedia Commons.
Een kilo roggebrood in Berlijn
Datumin markin goudpfenniggoudpfennig
vóór de oorlog0,28mark28goudpfennig
3 januari 1923163,16mark9,1goudpfennig
1 oktober 19239.474.000mark16,4goudpfennig
19 november 1923233 miljardmark39goudpfennig

In goud gerekend bleef de broodprijs het hele jaar een bedrag in pfennigs, tussen 2 en 78 pfennig.

Op papier: 233 miljard mark. In goud gerekend: 39 pfennig, vóór de oorlog was dat 28.

In mark werd de broodprijs van 3 januari tot 19 november meer dan een miljard keer zo hoog.

Statistisches Reichsamt, Zahlen zur Geldentwertung in Deutschland 1914 bis 1923, Berlijn 1925. Het Reichsamt rekende de prijzen in goud om via de dollarkoers in Berlijn.

Een brief binnen Duitsland
  1. 10 pfennig
  2. 100 miljoen mark
  3. 1 miljard mark
  4. 10 miljard mark
  5. weer 10 pfennig

Porto voor een brief binnen Duitsland tot 20 gram. Bronnen: Statistisches Reichsamt 1925 en Bund Deutscher Philatelisten, de Duitse filatelistenbond.

Er werd in goud gerekend.

In de herfst van 1923 werden steeds meer prijzen in goudmark vermeld en in papiermark betaald. De verordening van 15 oktober 1923 tot oprichting van de Deutsche Rentenbank gaf de goudwaarde van de goudmark aan.

“Goudmark … is de waarde van 1/2790 kilogram fijn goud.”

Verordnung über die Errichtung der Deutschen Rentenbank, § 6 lid 2, Reichsgesetzblatt 1923, deel I, blz. 963 e.v.

Omgerekend is dat ongeveer 0,36 gram fijn goud per goudmark. Vanaf november 1923 was één dollar officieel 4,20 goudmark waard, bijna precies zoveel als vóór de oorlog.

Roze bankbiljet: Wertbeständiges Notgeld der Handelskammer Plauen, in grote letters Fünf Goldpfennig, aan de rechterrand een grote 5 en de zin Sichergestellt durch Hinterlegung von ReichsgoldanleiheAchterkant met roze druk op licht papier: in het midden het Saksische wapen in een sierornament, in de hoeken het getal 5 en het woord Goldpfennige
Waardevast noodgeld van de Kamer van Koophandel in Plauen, 12 november 1923, voor vijf goudpfennig, op het biljet aangeduid als “½/42 Dollar”. Op de rand staat: “Sichergestellt durch Hinterlegung von Reichsgoldanleihe”, gedekt door gedeponeerde obligaties van de goudlening van het Rijk. Publiek domein, via Wikimedia Commons.

Geld dat in goud luidde

Eind oktober 1923 stond de rijksregering waardevast noodgeld toe. Het luidde in goudmark, vaak met de waarde in dollars erbij, en was gedekt door gedeponeerde obligaties van de goudlening van het Rijk. Uiteindelijk waren er meer dan 2.800 soorten waardevaste biljetten in omloop.

Een dollar en zijn delen, in goud gewogen

De treden zijn delen van een dollar van 4,20 goudmark. Een noodbiljet mocht in de regel op hoogstens 4,20 goudmark luiden, dus op één dollar. Fijn goud gerekend met 1/2790 kilogram per goudmark.

Goudbaar van 1/200 troy ounce van Heimerle + Meule: bovenaan 1/200 oz, FINE GOLD 999.9, in het midden een merkteken met het jaartal 1845, daaronder melter assayer en HEIMERLE + MEULE1/200 troy ounce goudbaar1/200 oz goudbaarHeimerle + MeuleEditie KettnerFijn goud 999,9/1.000

Rekenkundig kwam een biljet van 0,42 goudmark overeen met ongeveer 0,15 gram fijn goud. Een baar van 1/200 troy ounce bevat met ongeveer 0,16 gram maar een klein beetje meer.

Een biljoen tegen één.

Vanaf 15 november 1923 gaf de Deutsche Rentenbank nieuw geld uit, de Rentenmark. Vanaf 20 november was één Rentenmark gelijk aan één biljoen papiermark.

De Rentenmark was verdeeld in 100 Rentenpfennig. Zij was gedekt door Rentenbriefe, obligaties die in goudmark luidden, met grond als onderpand.

Eén dollar was 4,20 Rentenmark waard. Op de Berlijnse beurs kostte hij vanaf 20 november 4,2 biljoen mark.

Bruin bankbiljet: Rentenbankschein, in grote letters Eintausend Rentenmark, daaronder de tekst van de Deutsche Rentenbank, rode controlenummers en handtekeningen
Rentenbankbiljet van duizend Rentenmark, Berlijn, 1 november 1923. Publiek domein, via Wikimedia Commons.

Kleiner dan een gram.

De crisisbeschermingspakketten XS tot en met XL van Heimerle + Meule bevatten goud in vijf formaten onder de twee gram: 0,1 gram, 1/100 troy ounce, 0,5 gram, 1 gram en 1/20 troy ounce.

Eén troy ounce weegt 31,1034768 gram. Omgerekend is 1/100 troy ounce dus ongeveer 0,31 gram en 1/200 troy ounce ongeveer 0,16 gram.

  1. 0,1 g10 × 6 mm
  2. 1 g15 × 8,7 mm
Beide baren op dezelfde schaal, vergroot. De maten van de baar van 1 gram geeft Heimerle + Meule op, die van de baar van 0,1 gram komen uit onze artikelgegevens.

Wat er in de box zit.

De Kettner Krisenschutz Box bevat 12 goudbaren en 48 zilverbaren van Heimerle + Meule. Eén deel goud op vier delen zilver. De Box XS houdt dezelfde verhouding aan, met 4 en 16 baren.

12 × 1 g goud48 × 1 g zilverElk stuk weegt één gram.

In het EU‑recht gelden goudbaren met een goudgehalte van ten minste 99,5 procent en gouden munten met een goudgehalte van ten minste 90 procent als liquide middelen, in de categorie “als zeer liquide waardedrager gebruikte commodity’s”. Verordening (EU) 2018/1672, artikel 2 en bijlage I

Naar goudbaren
Bronnen: Statistisches Reichsamt, Zahlen zur Geldentwertung in Deutschland 1914 bis 1923 (Berlijn 1925), Verordnung über die Errichtung der Deutschen Rentenbank van 15 oktober 1923 (Reichsgesetzblatt 1923 I, blz. 963; het citaat uit § 6 lid 2 is een vertaling van de Duitse tekst), Verordnung zur Änderung des Gesetzes über die Ausgabe und Einlösung von Notgeld van 26 oktober 1923 (Reichsgesetzblatt 1923 I, blz. 1065), Verordnung über die Verpflichtung zur Annahme von Reichsmark bei Inlandsgeschäften van 7 november 1923 (Reichsgesetzblatt 1923 I, blz. 1081), Deutsche Bundesbank (Kaufkraftvergleiche historischer Geldbeträge), Hans‑Georg Glasemann (Geldscheine‑Online, 2024), Deutsches Historisches Museum (LeMO), Deutscher Bundestag (Hyperinflation in Deutschland 1923), Bund Deutscher Philatelisten (Johannes Hoffner, 2020), NIST Handbook 44 (2026), Heimerle + Meule, Verordening (EU) 2018/1672 (EUR‑Lex). Afbeeldingen: Reichsbankbiljet van twee biljoen mark (1923), noodgeld van de Kamer van Koophandel in Plauen (1923), Rentenbankbiljet van duizend Rentenmark (1923), alle publiek domein, via Wikimedia Commons.

Wenn Währungen wanken und das Vertrauen in Papiergeld schwindet, suchen Menschen seit jeher nach einem Wert, der bleibt. Gold und Silber haben genau das über Jahrtausende geleistet – als greifbarer Sachwert, der keine Bank, kein Netz und keinen funktionierenden Zahlungsverkehr braucht. Krisenschutzpakete bündeln diese Idee in fertig zusammengestellten Mischungen aus bekannten Anlagemünzen und Barren. In den folgenden Abschnitten geht es darum, warum Edelmetalle zur Krisenvorsorge gehören, welche Stückelungen sinnvoll sind und worauf bei Echtheit, Steuer und Lagerung zu achten ist.

Warum Edelmetalle zum Krisenschutz gehören

Der Gedanke hinter jedem Krisenschutz ist einfach: Gold und Silber besitzen einen inneren Wert, der nicht vom Versprechen eines Schuldners oder der Stabilität einer Währung abhängt. Während Guthaben auf dem Konto in einer Krise an Kaufkraft verlieren oder zeitweise nicht verfügbar sein können, bleibt physisches Edelmetall ein Sachwert zum Anfassen. In Phasen hoher Inflation, bei Währungsreformen und in geopolitischen Krisen haben sich Edelmetalle historisch als wertstabil erwiesen.

Die Geschichte spricht eine deutliche Sprache: In der Hyperinflation der Weimarer Republik von 1923 konnte, wer eine Goldmünze besaß, noch Lebensmittel kaufen – wer nur Scheine hatte, fuhr mit der Schubkarre zum Bäcker. Ähnliche Bilder zeigten sich später in Argentinien, Simbabwe und Venezuela. Anleger nutzen Edelmetalle deshalb nicht in erster Linie als Renditeobjekt, sondern als Versicherung für das eigene Vermögen. Der Krisenschutz-Gedanke ergänzt damit eine breitere Strategie zum Inflationsschutz; wer den Einstieg sucht, findet in den Anlagemünzen eine solide Grundlage.

Was einen guten Krisenschutz ausmacht

  • Physischer Besitz – das Metall liegt im eigenen Zugriff, nicht als Papierforderung.
  • Teilbarkeit – kleine Stückelungen lassen sich bei Bedarf einzeln verwerten.
  • Weltweite Anerkennung – bekannte Anlagemünzen sind international handelbar.
  • Fälschungssicherheit – etablierte Prägungen mit klaren Echtheitsmerkmalen.
  • Diskrete Lagerung – kompakte, wertdichte Formate lassen sich sicher verwahren.

Gold als Fundament der Krisenvorsorge

Gold ist das Kernmetall jeder Krisenvorsorge. Es ist weltweit anerkannt, extrem wertdicht und in Deutschland beim Kauf von Anlagegold umsatzsteuerbefreit. Für den Krisenschutz haben sich vor allem kleine Stückelungen bewährt, weil sie sich einzeln veräußern lassen und geringere Beträge binden als große Barren oder ganze Unzen. Nicht ohne Grund gilt Gold seit Generationen als der letzte sichere Hafen, wenn andere Werte ins Wanken geraten.

Besonders beliebt sind Zehntelunzen-Goldmünzen bekannter Prägestätten. Der südafrikanische Krügerrand, die Britannia der britischen Royal Mint, der American Eagle sowie das schweizerische Vreneli zählen zu den meistgehandelten Anlagegoldmünzen der Welt. Wer eine breite Auswahl an Goldmünzen vergleicht, findet für nahezu jedes Budget das passende Format.

Kleine Anlagegoldmünzen mit Prägerelief, Gramm-Goldbarren und Silbermünzen in Schutzkapseln auf dunklem Schiefer
Kleine Stückelungen verteilen das Vermögen auf viele einzeln verwertbare Einheiten – die Grundidee jedes Krisenschutzpakets.

Kleine Goldmünzen als flexible Krisenreserve

Eine 1/10-Unzen-Goldmünze enthält rund 3,11 Gramm Feingold und ist damit auch bei hohen Goldpreisen für viele erschwinglich. Der Vorteil liegt auf der Hand: Statt einer einzigen großen Münze verteilt sich das Vermögen auf viele kleine Einheiten. In einer Notlage muss so nicht der komplette Gegenwert einer Unze auf einmal veräußert werden – eine ganze Münze wird im Tauschgeschäft immer beliebter sein als eine gestückelte. Wer noch kleinere Einheiten sucht, findet mit einem 1-Gramm-Goldbarren oder einem 5-Gramm-Goldbarren zusätzliche Feinabstufungen.

Silber als Ergänzung – teilbar und alltagstauglich

Silber gilt als das Krisenmetall für den kleineren Geldbeutel. Der niedrigere Preis pro Unze macht Silbermünzen zur idealen Ergänzung, wenn es um kleinteilige Werte für den Alltag geht. In einem Krisenszenario, in dem Bargeld an Wert verliert, liegen kleine Silbereinheiten näher an gängigen Alltagsbeträgen als hochwertige Goldmünzen – zehn 1-oz-Silbermünzen passen bequem in eine Jackentasche.

Klassiker unter den Anlagesilbermünzen sind der Maple Leaf aus Kanada, der Wiener Philharmoniker und die Silber-Britannia. Wer größere Mengen aufbauen möchte, greift zu Silberbarren oder platzsparenden Münzstangen. Eine breite Übersicht bieten die Silbermünzen insgesamt.

Hinweis zur Besteuerung von Silber

Anders als Anlagegold unterliegt Silber in Deutschland der Umsatzsteuer. Für Silbermünzen aus dem Nicht-EU-Raum kommt häufig die Differenzbesteuerung zum Einsatz, wodurch nur die Handelsspanne besteuert wird. Anlagegold ist demgegenüber gemäß § 25c UStG umsatzsteuerbefreit.

Diese Angaben dienen der allgemeinen Information und stellen keine Steuerberatung dar. Für die persönliche steuerliche Situation empfiehlt sich stets die Rücksprache mit einem Steuerberater.

Stückelung und Zusammenstellung eines Krisenschutzpakets

Der Kern eines durchdachten Krisenschutzes ist die richtige Mischung aus großen und kleinen Einheiten. Große Stückelungen sind pro Gramm günstiger, kleine dafür flexibler. Eine ausgewogene Kombination verbindet beide Vorteile. Die Unze bildet dabei das weltweit anerkannte Maß: Der Krügerrand und andere Anlagemünzen sind mit einem Feingewicht von 31,10 Gramm ausgestattet und entsprechen damit dem internationalen Investment-Standard.

Typische Bausteine im Überblick

  • Kleine Goldmünzen (1/10 oz) – flexibel teilbar, weltweit handelbar, umsatzsteuerfrei.
  • Größere Goldeinheiten (1/2 oz, 1 oz, Barren) – günstigerer Aufschlag pro Gramm für den Vermögenskern.
  • Silbermünzen und -barren – alltagsnahe Kleinbeträge und mengenmäßiger Ausgleich.
  • Fertige Pakete – vorkonfektionierte Zusammenstellungen für den schnellen Einstieg.

Wer nicht selbst zusammenstellen möchte, findet mit den Investorenpaketen und einem Gold-Silber-Mix fertig kuratierte Mischungen. Für den Mix spricht, dass er beide Metalle in einem Paket vereint und so Wertdichte und Teilbarkeit ausbalanciert. Viele dieser Sets kommen inklusive eines edlen Samtbeutels, sodass sich das Paket angemessen lagern oder auch verschenken lässt.

Echtheit und Qualität sicher erkennen

Ein Krisenschutz ist nur so gut wie die Echtheit der enthaltenen Metalle. Etablierte Anlagemünzen verfügen über klar definierte Maße, Gewichte und Feingehalte, die eine Prüfung erleichtern. Bekannte Prägungen wie Krügerrand, Britannia oder Maple Leaf sind zudem weltweit so verbreitet, dass Fälschungen im Fachhandel schnell auffallen.

Wichtige Prüfmerkmale sind unter anderem:

  1. Gewicht und Durchmesser – exakt genormte Werte pro Prägung.
  2. Feingehalt – Anlagegoldmünzen bestehen aus 999,9er oder 916,7er Gold.
  3. Prägequalität – scharfe Konturen, saubere Reliefs, korrektes Motiv.
  4. Sicherheitsmerkmale – moderne Münzen tragen teils Mikrogravuren oder Feldstrukturen.

Kettner Edelmetalle setzt auf eine ISO-konforme Echtheitsprüfung und ein vollautomatisiertes Hochsicherheits-Logistikzentrum, sodass jedes Produkt geprüft das Haus verlässt. Für die sichere Aufbewahrung geprüfter Münzen empfiehlt sich passendes Zubehör wie Münzkapseln, die vor Kratzern und Umwelteinflüssen schützen.

Steuerliche Behandlung und Aufbewahrung

Die steuerliche Behandlung unterscheidet sich je nach Metall deutlich. Anlagegold ist beim Kauf umsatzsteuerfrei, Silber, Platin und Palladium hingegen nicht. Besonders relevant ist die Spekulationsfrist: Ein Gewinn aus dem Verkauf physischer Edelmetalle ist nach einer Haltedauer von mehr als einem Jahr steuerfrei. Damit eignet sich physisches Gold auch als langfristiger Baustein zur Altersvorsorge – wer den Krisenschutz über Jahre aufbaut, profitiert von dieser Regelung besonders.

Bei der Aufbewahrung stehen zwei Wege offen: die Heimlagerung im eigenen Zugriff und das Bankschließfach. Für den Krisenschutz sprechen viele Argumente für die Heimlagerung, denn nur so ist das Metall jederzeit verfügbar – gerade in einer Krise, in der Bankzugänge eingeschränkt sein könnten. Ein zertifizierter Tresor sowie schützendes Zubehör wie Münzkassetten und Dosensafes helfen dabei. Wer Silber in größeren Mengen hält, sollte den Platzbedarf einkalkulieren, da Silber deutlich voluminöser ist als der wertgleiche Gold-Gegenwert.

Ein Krisenschutz entfaltet seinen Zweck nur dann, wenn das Edelmetall im entscheidenden Moment auch tatsächlich griffbereit ist.

Weitere Edelmetalle zur Diversifikation

Neben Gold und Silber ergänzen Platin und Palladium ein breit aufgestelltes Edelmetalldepot. Beide Metalle sind seltener als Gold und werden stark industriell nachgefragt, was ihre Preisbildung von der reinen Anlagelogik unterscheidet. Als Beimischung erhöhen sie die Streuung, sollten im Krisenschutz aber eher eine ergänzende Rolle spielen, da sie weniger als klassisches Zahlungsmittel etabliert sind. Auch Kupfer wird gelegentlich als günstiger Sachwert genannt, eignet sich wegen des niedrigen Werts pro Gewicht jedoch kaum als kompakte Krisenreserve. Wer strategisch vorgeht, kombiniert einen soliden Goldkern mit Silber als teilbarer Ergänzung und nutzt Platin oder Palladium nur zur gezielten Streuung.

Häufig gestellte Fragen zum Krisenschutz

Welche Edelmetalle eignen sich am besten als Krisenschutz? +

Physisches Gold bildet in der Regel den Kern, weil es weltweit anerkannt, wertdicht und beim Kauf umsatzsteuerfrei ist. Silber ergänzt als teilbares, alltagsnahes Metall. Kleine Stückelungen wie 1/10-Unzen-Goldmünzen gelten als besonders flexibel, weil sie sich bei Bedarf einzeln verwerten lassen.

Warum sind kleine Stückelungen für den Krisenschutz sinnvoll? +

Kleine Einheiten wie 1/10-Unzen-Münzen oder Gramm-Barren erlauben es, das Vermögen auf viele Teile zu verteilen. In einer Notlage muss so nicht der Gegenwert einer ganzen Unze auf einmal veräußert werden. Der Nachteil ist ein etwas höherer Aufschlag pro Gramm im Vergleich zu großen Einheiten.

Ist der Kauf von Edelmetallen für den Krisenschutz steuerpflichtig? +

Anlagegold ist beim Kauf gemäß § 25c UStG umsatzsteuerbefreit. Silber, Platin und Palladium unterliegen der Umsatzsteuer, häufig in Form der Differenzbesteuerung. Gewinne aus dem Verkauf physischer Edelmetalle sind nach mehr als einem Jahr Haltedauer steuerfrei. Diese Angaben ersetzen keine individuelle Steuerberatung.

Wie werden Edelmetalle im Rahmen des Krisenschutzes am besten gelagert? +

Für den Krisenschutz ist die Heimlagerung in einem zertifizierten Tresor oft vorteilhaft, weil das Metall dann jederzeit verfügbar ist. Münzkapseln, Münzkassetten und Dosensafes schützen zusätzlich vor Beschädigung. Beim Bankschließfach ist zu bedenken, dass der Zugang in einer Krise eingeschränkt sein könnte.

Lohnt sich ein fertiges Krisenschutzpaket oder die eigene Zusammenstellung? +

Fertige Pakete bieten eine ausgewogene, vorkonfektionierte Mischung aus Gold und Silber und erleichtern den Einstieg. Wer bereits Erfahrung hat, kann individuell aus Goldmünzen, Silbermünzen und Barren eine auf das eigene Budget abgestimmte Kombination zusammenstellen. Beide Wege lassen sich auch kombinieren.

Welche Rolle spielen Platin und Palladium beim Krisenschutz? +

Platin und Palladium sind seltener als Gold und werden stark industriell nachgefragt. Als Beimischung erhöhen sie die Streuung eines Edelmetalldepots. Für den reinen Krisenschutz spielen sie eine ergänzende Rolle, da sie weniger als klassisches Wertaufbewahrungs- und Tauschmittel etabliert sind als Gold und Silber.

Ontvang gratis tips om uw vermogen te beschermen en hoor als eerste van nieuwe producten

Wilt u regelmatig op de hoogte worden gehouden van nieuwe producten, interessant financieel nieuws en exclusieve aanbiedingen? Meld u dan hier aan voor de gratis nieuwsbrief van Kettner Edelmetalle.

Door uw e-mailadres in te voeren en op de knop “Verzenden” te klikken, geeft u de volgende toestemming: “Ik ga ermee akkoord per e-mail te worden geïnformeerd over nieuwe producten, interessant financieel nieuws en exclusieve aanbiedingen en geef daarom toestemming voor de verwerking van mijn e-mailadres voor het toesturen van de nieuwsbrief. Deze toestemming kan ik te allen tijde en zonder opgave van redenen met werking voor de toekomst intrekken. De rechtmatigheid van de verwerking die vóór de intrekking heeft plaatsgevonden, blijft bij intrekking onaangetast.”