280.000
Klanten
Veilige
verzending

Kopermunten – munten van het „rode goud”

Koper in de portemonnee.

De meesten van ons hebben elke dag koper in handen. De munten van 1, 2 en 5 cent hebben een huid van koper, daaronder zit staal. De Deutsche Bundesbank noemt ze sterk magnetisch.

De munten van 10, 20 en 50 cent zijn van “Nordic gold”. Dat is geen goud: de legering bestaat voor 89 procent uit koper, aangevuld met aluminium, zink en tin. Ze is niet magnetisch.

Een magneet tilt de 1‑centmunt op, de 10‑centmunt blijft liggen.

Koper in alle acht euromunten

  • 1, 2 en 5 centVerkoperd staal
  • 10, 20 en 50 centNordic gold: 89 % koper, geen goud
  • 1 en 2 euroKopernikkel en nikkelmessing

Het principe is ouder dan de euro. De 1 pfennig van de D‑mark had een stalen kern met aan beide kanten een koperlaag, was 16,50 millimeter groot en 2,00 gram zwaar, en werd in 1948 ingevoerd. De 1‑centmunt is met 16,25 millimeter bijna even groot.

Pfennig en cent, bijna even groot
  1. 1 pfennig16,50 mm
  2. 1 cent16,25 mm
  3. Pfennig 202640 mm

Alle drie op dezelfde schaal. De diameters komen van de Deutsche Bundesbank, de ECB en onze artikelgegevens.

Koperen munt Pfennig 2026: het grote cijfer 1 tussen twee aren, ernaast 20 en 26, eronder PFENNIG1 oz koper Pfennig 2026Koper Pfennig 2026Liberia, 1 dollar1 oz, 40 mmKoper 999/1.000

Het beeld van de oude pfennig, het cijfer 1 tussen twee aren, bestaat nu in koper voor verzamelaars. De munt is uitgegeven door Liberia, met een nominale waarde van 1 dollar.

Eén tiende koper.

Zuiver goud en zuiver zilver zijn te zacht voor munten die door veel handen gaan. Daarom voegde men er koper aan toe. Voor de gouden munten van het Duitse Keizerrijk stond de verhouding in de wet.

“De mengverhouding van de gouden rijksmunten wordt vastgesteld op 900 duizendste delen goud en 100 duizendste delen koper.”

Gesetz, betreffend die Ausprägung von Reichsgoldmünzen, van 4 december 1871, § 4, Reichsgesetzblatt 1871, blz. 404

Twee jaar later kregen de zilveren munten dezelfde formule. Het Münzgesetz, de muntwet van 9 juli 1873, legt in artikel 3 vast: “900 delen zilver en 100 delen koper” (Reichsgesetzblatt 1873, blz. 234).

Sterlingzilver heeft een gehalte van 925/1.000. De rest is meestal koper, want dat maakt het zachte zilver steviger, schrijft The Royal Mint.

Waarom een Vreneli geel is

De Zwitserse gouden munten, ook het Vreneli, bestaan voor 90 procent uit goud en voor 10 procent uit koper. Over deze legering schrijft Swissmint: “De kleur van dit materiaal is tamelijk rood.”

Geel werden de munten doordat men de muntplaatjes vóór het slaan beitste. Daarbij wordt koper uit het oppervlak opgelost. De legering zelf maakt de munt hard en bestand tegen slijtage.

In duizendsten geteld

Goudmark, 1871Goudmark

  • 900 delen goud900 goud
  • 100 delen koper100 koper

SterlingzilverSterling

  • 925 delen zilver925 zilver
  • 75 delen koper75 koper

Elk raster heeft 1.000 vakjes, elk vakje is een duizendste. Bij sterlingzilver is de rest meestal koper.

Het Vrijheidsbeeld: koper, zo dun als een euro.

Het Vrijheidsbeeld in New York is van koper. De huid is maar 3/32 inch dik, ongeveer 2,4 millimeter, schrijft de National Park Service.

Het koper werd in Parijs gevormd, in de werkplaats Gaget, Gauthier & Co. Daar werden de platen over houten mallen gedreven en werd het beeld van 1881 tot 1884 in elkaar gezet.

De huid draagt zichzelf niet. Platte metalen banden verbinden haar met het geraamte van Gustave Eiffel. Ze houden het beeld bij elkaar en veren daarbij mee als springveren.

In 350 delen uit elkaar gehaald, kwam het beeld op 17 juni 1885 met het schip “Isère” in New York aan. Het werd op 28 oktober 1886 ingewijd.

Oude foto in sepia: het hoofd van het Vrijheidsbeeld met stralenkroon, in de openlucht opgesteld, daarachter bomen en een gebouw
Het hoofd van het Vrijheidsbeeld op de wereldtentoonstelling in Parijs, 1878. Foto: Albert Fernique. Publiek domein, via Wikimedia Commons.
De koperhuid naast een 1‑euromunt
  1. Koperhuid2,4 mm
  2. 1 euro, van opzij2,33 mm

Beide op dezelfde schaal, vergroot. De dikte van de huid komt van de National Park Service, die van de munt van de ECB.

Ook in het Amerikaanse kleingeld zit veel koper. De 5‑centmunt heet daar “nickel”, maar bestaat voor drie kwart uit koper.

“The 5‑cent coin is an alloy of 75 percent copper and 25 percent nickel.”

United States Code, editie 2024, titel 31, § 5112 (b)
Koperen munt Libertas Americana 2026: een vrouwenhoofd met wapperend haar, bovenaan LIBERTY, onderaan LIBERTAS AMERICANA MEDAL5 oz koper Libertas Americana 2026Libertas AmericanaLiberia, 1 dollar5 oz, 65 mmKoper 999/1.000

Voor verzamelaars is er de Libertas Americana 2026 in koper, uitgegeven door Liberia met een nominale waarde van 1 dollar.

Geld naar gewicht.

In Zweden was koper in de 17e en 18e eeuw zelf geld. De munten waren evenveel waard als hun metaal. Omdat koper minder waard was dan zilver, moest een koperen munt van 10 daler groot en zwaar zijn.

De plaat van 10 daler uit Avesta van 1644 weegt 19,7 kilogram. Het Koninklijk Muntkabinet in Stockholm noemt haar de grootste munt ter wereld.

De platen werden op sleeën vervoerd. De eerste bankbiljetten van Europa gaf de Stockholms Banco in 1661 uit. Ze werden snel populair, omdat ze handiger waren dan de zware koperen munten, schrijft de Zweedse Riksbank.

Een plaat van ½ daler, weer naast een 1‑euromunt
  1. ½ daler, 1759ca. 10 × 12 cm
  2. 1 euro23,25 mm

Beide op dezelfde schaal, van bovenaf gezien. De maten van de plaat komen van het Rijksmuseum in Amsterdam, die van de munt van de ECB. Plaat van ½ daler uit 1759 met vijf stempels. Rijksmuseum Amsterdam, publiek domein (CC0).

19,7 kilogram in baren van 5 kilogram

Omgerekend: 19,7 kilogram is bijna vier baren van elk 5 kilogram.

Het koper kwam uit Falun

In de 17e eeuw kwam soms ongeveer twee derde van het koper ter wereld uit Zweden, vooral uit de mijn van Falun.

Op midzomer 1687 stortte de mijn in. Wat overbleef was de “Stora Stöten”, een krater van 95 meter diep. Geen enkele mijnwerker kwam om het leven, want iedereen had vrij om midzomer te vieren.

Staalgravure: een diepe rotskloof, daarboven houten bruggen, aan touwen hangt een emmer
De mijn van Falun, staalgravure uit Meyer’s Universum, 1841. Publiek domein, via Wikimedia Commons.

Koperschalie uit het Mansfelder Land.

In het Mansfelder Land in Saksen‑Anhalt zit het koper in een dunne, donkere gesteentelaag, de koperschalie. Die is maar 20 tot 40 centimeter dik en ontstond ongeveer 255 miljoen jaar geleden als afzetting van een zee.

Volgens de overlevering vonden de mijnwerkers Nappian en Neucke deze laag in het jaar 1199 bij Hettstedt. Zo staat het in de Mansfeldische Chronik van Cyriacus Spangenberg uit 1572.

Bijna 800 jaar werd hier en bij Sangerhausen koper gewonnen. In de Mansfelder Mulde eindigde de mijnbouw in 1969, bij Sangerhausen in 1990.

Twee meter gesteente in doorsnede
  • Dekgesteente
  • Koperschalie, 20 tot 40 cm
  • Puin van een oud gebergte

Schema van een uitsnede van twee meter hoog. De dikte van de laag is op schaal, volgens het Landesamt für Geologie und Bergwesen Sachsen‑Anhalt, de geologische dienst van de deelstaat.

Naar koperbaren
Bronnen: Deutsche Bundesbank (euromunten, DM‑circulatiemunten), Europese Centrale Bank (euromunten), Verordening (EU) nr. 729/2014, bijlage I, Gesetz, betreffend die Ausprägung von Reichsgoldmünzen, van 4 december 1871 (Reichsgesetzblatt 1871, blz. 404), Münzgesetz van 9 juli 1873 (Reichsgesetzblatt 1873, blz. 233 en 234; de citaten uit beide wetten zijn een vertaling van de Duitse tekst), The Royal Mint, Swissmint (het citaat is een vertaling van de Duitse tekst), National Park Service (Statue of Liberty National Monument), United States Code, editie 2024, titel 31, § 5112 (geciteerd in het origineel), Kungliga myntkabinettet en Ekonomiska museet (Stockholm), Sveriges Riksbank, Falu Gruva, Riksantikvarieämbetet, Landesamt für Geologie und Bergwesen Sachsen‑Anhalt, Rijksmuseum Amsterdam. Afbeeldingen: plaat van ½ daler, 1759 (Rijksmuseum Amsterdam, CC0), hoofd van het Vrijheidsbeeld in Parijs, 1878, foto van Albert Fernique, en “Fahlun‑Minen”, staalgravure uit Meyer’s Universum, 1841, beide publiek domein, via Wikimedia Commons.

Kupfer trägt seinen Beinamen rotes Gold zu Recht: Kaum ein anderes Metall verbindet warmen Glanz, tiefe kulturhistorische Wurzeln und eine so zentrale Rolle in der modernen Industrie. Als Anlageform bewegt sich das Halbedelmetall abseits der großen Bühne von Gold und Silber – und genau darin liegt sein Reiz. Kupfermünzen und Kupfermedaillen sind der wohl zugänglichste Einstieg in die Welt der physischen Edelmetalle: preiswert, motivstark und mit einem eigenen Charakter, der Sammler wie Neueinsteiger gleichermaßen begeistert. In der folgenden Übersicht werden Herkunft, Stückelungen, Prägung, Echtheit, Steuer, Aufbewahrung und die häufigsten Fragen rund um das Thema erklärt.

Kupfermünzen kaufen – das rote Gold als Einstieg in die Edelmetallwelt

Der Wunsch, Kupfermünzen zu kaufen, entspringt selten dem reinen Materialwert. Im Vergleich zu Goldmünzen oder Silbermünzen kostet Kupfer nur einen Bruchteil pro Unze. Wer eine einzelne Münze in die Hand nimmt, spürt jedoch schnell, warum das Metall so viele Menschen fasziniert: die rötlich schimmernde Oberfläche, die filigranen Reliefs und die enorme Motivvielfalt machen jede Prägung zu einem kleinen Kunstwerk. Kupfer ist damit weit mehr als nur Kleingeld – es ist ein Sammelobjekt mit Seele.

Als eigenständige Anlageklasse steht Kupfer traditionell im Schatten der klassischen Edelmetalle. Doch der Kupferpreis wird maßgeblich von der industriellen Nachfrage bestimmt – von Elektromobilität über erneuerbare Energien bis zur Digitalisierung. Diese strukturelle Nachfrage macht das Metall langfristig interessant, ohne dass eine kurzfristige Wertentwicklung versprochen werden kann. Für Einsteiger und Kleinanleger sind Kupfermünzen eine unkomplizierte Möglichkeit, ein Gefühl für physische Edelmetalle zu entwickeln, bevor der Schritt zu Anlagemünzen aus Gold oder Silber folgt. Als Ergänzung passen auch Kupferbarren ins Bild, wenn es um größere Materialmengen geht.

Das Wichtigste in Kürze

  • Elementsymbol Cu – Kupfer wird dank seiner Leitfähigkeit häufiger industriell verarbeitet als Gold oder Silber.
  • Zu den bedeutendsten Abbaunationen zählen Chile, Peru und China.
  • Es existieren echte Kupfermünzen mit Nennwert sowie Kupfermedaillen ohne Zahlungsmittelfunktion.
  • Medaillen werden meist in der AVDP-Unze (Avoirdupois, ca. 28,35 g) ausgegeben.
  • Die typische Handelsgröße ist die 1-Unze-Prägung, daneben gibt es 2 oz, 5 oz und Sets.

Geschichte und Bedeutung von Kupfer

Kupfer gehört zu den ältesten vom Menschen genutzten Metallen überhaupt. Bereits vor mehreren Jahrtausenden gab eine ganze Epoche – die Kupfersteinzeit – dem Metall ihren Namen, bevor die Bronzezeit mit der Legierung aus Kupfer und Zinn folgte. Als Münzmetall begleitet Kupfer die Menschheit ebenso lange: Von den römischen As-Münzen über preußische Prägungen mit Herrscherporträts bis zu den kleinen Pfennigen aus D-Mark-Zeiten war Kupfer über Jahrhunderte das Metall des alltäglichen Kleingeldes.

Diese historische Tiefe schwingt bei modernen Prägungen mit. Viele heutige Motive greifen bewusst auf klassische Vorbilder zurück und lassen die Faszination alter Münzbilder in einem neuen Metall aufleben. Wer sich für die kulturhistorische Seite begeistert, findet in den Kupfer-Gedenkmünzen eine besonders erzählfreudige Kategorie, während die Indianer-Motive die amerikanische Prägetradition aufleben lassen.

Kupfermünzen und Kupfermedaillen – der feine Unterschied

Ein zentraler Punkt beim Kauf ist die Unterscheidung zwischen echten Münzen und Medaillen. Eine Münze mit Nennwert gilt als offizielles Zahlungsmittel eines Staates, wird von einer staatlichen Prägeanstalt herausgegeben und in Feinunzen gearbeitet. Solche Kupfermünzen sind vergleichsweise selten – ein bekanntes Beispiel ist der Andorra Eagle, der als 1-Cent-Nominal mit offiziellem Charakter ausgegeben wird.

Die weitaus größere Zahl der Kupferprägungen sind Medaillen. Sie tragen keinen Nennwert, gelten nicht als Zahlungsmittel und werden in der Regel in der AVDP-Unze ausgegeben. Ausgegeben werden sie von einer wachsenden Zahl privater Prägestätten, was die enorme kreative Bandbreite der Motive erklärt.

Woran sich Münze und Medaille erkennen lassen

  • Münze: Nennwert, Ausgabeland bzw. Währung, staatliche Prägestätte, Feinunze.
  • Medaille: kein Nennwert, private Prägung, häufig AVDP-Unze, wechselnde Jahresmotive.

Für die Praxis heißt das: Wer bewusst eine klassische Anlagemünze sucht, sollte auf einen aufgeprägten Nennwert achten. Wer dagegen Freude an Motiven und Sammlerthemen hat, ist bei den Medaillen goldrichtig. Verwandte Serien lassen sich auch bei den Silber-Pandas oder als Kupfervariante in der Rubrik China Panda entdecken.

Stückelungen und Formate

Kupferprägungen sind bewusst großzügig dimensioniert, weil der niedrige Materialwert kleine Formate unwirtschaftlich machen würde. Die gängigsten Größen im Überblick:

Format Gewicht (ca.) Typische Verwendung
1 oz ca. 28,35 g Standardformat, größte Motivauswahl
2 oz ca. 56,7 g größere Reliefs, mehr Detailtiefe
5 oz ca. 141,7 g Sammler-Highlights, Polierte Platte
Sets variabel Themenserien, Geschenkausgaben

Das 1-Unze-Format ist der unangefochtene Klassiker und deckt die größte Motivvielfalt ab. Größere 5-Unzen-Prägungen erscheinen oft in der Erhaltung Polierte Platte und in limitierter Auflage, wodurch sie stärker als Sammlerobjekt denn als reines Materialinvestment gedacht sind. Wer Serien komplettieren möchte, findet in den weiteren Serien ein breites Spektrum ausgefallener Themen – von Urzeittieren über Motive mit Popkultur-Charakter bis zu saisonalen Ausgaben.

Motive und Sammelthemen

Die eigentliche Stärke der Kupferprägung liegt in ihrer gestalterischen Freiheit. Weil private Prägestätten nicht an staatliche Motivvorgaben gebunden sind, reicht das Spektrum von historischen Klassikern bis zu betont modernen Themen. Beliebte Anlehnungen an bekannte Münzbilder sind etwa:

  • Maple Leaf – das kanadische Ahornblatt als Kupfervariante
  • China Panda – jährlich wechselndes Pandamotiv
  • Walking Liberty und andere Liberty-Klassiker der US-Prägetradition
  • Buffalo – der amerikanische Bison

Daneben existiert eine bunte Welt eigenständiger Motive, die von Urzeittieren über Tierkreiszeichen und Fantasythemen bis zu tagesaktuellen Ereignissen reicht. Gerade Sternzeichen-Serien sind als kleine, persönliche Sammlung oder als Geschenk mit Bezug zum Geburtsmonat beliebt. Diese Vielfalt macht Kupfermünzen zu einem bezahlbaren Einstieg für Sammler. Klassische Tierserien lassen sich beispielsweise über die Kategorie Buffalo oder in Anlehnung an den kanadischen Maple Leaf weiterverfolgen. Wer das Motiv über verschiedene Metalle hinweg sammeln möchte, findet das Ahornblatt auch bei den Gold-Ausgaben des Maple Leaf.

Prägung und Echtheitsmerkmale

Kupfermünzen mit Nennwert weisen die klassischen Prägemerkmale einer Umlaufmünze auf. Bei Medaillen entfallen Nennwert und Währungsangabe, während Gewicht und Feingehalt häufig direkt aufgeprägt werden. Typische Merkmale einer geprägten Münze sind:

  • Nennwert und Währung (nur bei echten Münzen)
  • Gewichtsangabe und Feingehalt
  • Prägejahr und Motiv der jeweiligen Serie
  • Logo oder Signatur der Prägestätte

Da der Materialwert von Kupfer gering ist, sind Fälschungen im engeren Sinne kaum ein Thema – anders als bei hochwertigem Anlagegold. Umso wichtiger ist die Qualität der Prägung selbst: Ein sauberes, scharfes Relief, eine gleichmäßige Oberfläche und ein wirksamer Schutzfilm gegen das natürliche Anlaufen sind die entscheidenden Qualitätsmerkmale. Kettner Edelmetalle prüft eingehende Ware im Rahmen einer ISO-konformen Echtheitsprüfung, sodass jede Prägung in geprüfter Qualität das Logistikzentrum verlässt.

Steuerliche Behandlung von Kupfermünzen

Die steuerliche Einordnung folgt der Unterscheidung zwischen Münze und Medaille. Anders als bei Anlagegold, das in Deutschland umsatzsteuerbefreit ist, unterliegen Kupferprodukte grundsätzlich der Umsatzsteuer.

Steuerlicher Hinweis

Kupfermünzen mit Nennwert können unter die Differenzbesteuerung fallen. Kupfermedaillen und Kupfergranulat werden dagegen üblicherweise mit dem regulären Umsatzsteuersatz von 19 % beim An- und Verkauf behandelt. Für eine verbindliche steuerliche Einordnung im Einzelfall empfiehlt sich die Rücksprache mit einer Steuerberatung.

Diese Regelung ist ein Grund dafür, dass Kupfer eher als Sammel- und Einstiegsobjekt gilt und weniger als steueroptimiertes Großinvestment. Wer den steuerlichen Vorteil physischer Edelmetalle voll ausschöpfen möchte, kombiniert die Kupfersammlung sinnvoll mit umsatzsteuerbefreiten Beständen aus dem Bereich Goldbarren.

Aufbewahrung und Pflege

Kupfer ist ein reaktives Metall und läuft an der Luft mit der Zeit natürlich an – die Oberfläche verliert an Glanz und kann sich dunkel verfärben. Für die Werterhaltung, besonders bei Prägungen in Polierter Platte, ist die richtige Lagerung daher entscheidend. Bewährt haben sich folgende Grundregeln:

  • Einzelmünzen in passgenauen Münzkapseln aufbewahren, um Kratzer und Umwelteinflüsse fernzuhalten.
  • Mehrere Münzen niemals lose zusammenliegen lassen – sie beschädigen sich sonst gegenseitig.
  • Zum Betrachten Baumwollhandschuhe tragen, damit weder Fingerabdrücke noch Hautfett auf die Oberfläche gelangen.
  • Größere Sammlungen auf mehrere Orte verteilen, um das Verlustrisiko zu streuen.

Für die geordnete Präsentation ganzer Serien eignen sich Münzkassetten und Sammlerutensilien, während Dosensafes eine unauffällige Verwahrung ermöglichen. Passendes Zubehör von Kapsel bis Handschuh findet sich gebündelt in der Kategorie Zubehör.

Vorteile und Grenzen von Kupfermünzen

Kupfer hat als Sammel- und Einstiegsmetall einen festen Platz neben den klassischen Edelmetallen, bringt aber auch klare Grenzen mit. Eine ehrliche Gegenüberstellung hilft bei der Einordnung.

Wofür Kupfermünzen sprechen

  • Sehr niedrige Einstiegskosten – ideal für Einsteiger und Kleinanleger.
  • Enorme Motivvielfalt mit Potenzial für Sammlerwert.
  • Physischer Besitz statt Wertpapier – das Metall liegt greifbar vor.
  • Strukturelle industrielle Nachfrage stützt das Metall langfristig.

Was zu bedenken ist

  • Für Großinvestitionen wegen des geringen Wertdichte nur bedingt geeignet.
  • Medaillen unterliegen der vollen Umsatzsteuer von 19 %.
  • Nur wenige Prägungen tragen einen echten Nennwert.
  • Kupfer läuft ohne Schutz an und braucht sorgfältige Lagerung.

Ein Kupferstück verkauft sich nicht über seinen Materialwert, sondern über seine Geschichte und sein Motiv – darin liegt der besondere Reiz dieser Sammelklasse.

Kupfer im Alltag – die Umlaufmünze

Kupfer begegnet fast täglich, ohne dass es auffällt: Die 1-, 2- und 5-Cent-Stücke des Euro schimmern kupferrot. Tatsächlich besteht jedoch nur die Außenhülle aus Kupfer, während der Kern aus Stahl gefertigt ist. Diese Kupferummantelung schützt den Kern vor Korrosion und stellt zugleich sicher, dass der reine Materialwert den Nennwert nicht übersteigt. Der Blick auf die Münze in der Hosentasche zeigt damit im Kleinen, was Sammler an Kupferprägungen schätzen: die charakteristische, warme Farbe. Wer tiefer in die Materialkunde einsteigen möchte, findet Grundlagen in der Kategorie Kupfer.

Häufig gestellte Fragen zu Kupfermünzen

Lohnt sich der Kauf von Kupfermünzen als Geldanlage? +

Kupfermünzen eignen sich vor allem als preiswerter Einstieg in physische Edelmetalle und als Sammelobjekt. Der Materialwert ist gering, dafür bieten viele Prägungen einen möglichen Sammlerwert. Als Ergänzung zu Gold- und Silberbeständen sind sie interessant, ersetzen aber kein klassisches Anlagegold. Eine konkrete Wertentwicklung lässt sich nicht versprechen.

Was ist der Unterschied zwischen einer Kupfermünze und einer Kupfermedaille? +

Eine Münze trägt einen Nennwert, gilt als offizielles Zahlungsmittel und wird von einer staatlichen Prägestätte in Feinunzen ausgegeben. Eine Medaille hat keinen Nennwert, ist kein Zahlungsmittel und wird meist von privaten Prägestätten in der AVDP-Unze hergestellt. Der überwiegende Teil der angebotenen Kupferprägungen sind Medaillen.

Was bedeutet AVDP-Unze bei Kupfermedaillen? +

AVDP steht für Avoirdupois, ein angloamerikanisches Gewichtssystem. Eine AVDP-Unze entspricht rund 28,35 Gramm und wird bei Medaillen ohne Nennwert verwendet, während echte Anlagemünzen in der etwas schwereren Feinunze (rund 31,1 Gramm) gearbeitet werden.

Wie werden Kupfermünzen steuerlich behandelt? +

Kupfermünzen mit Nennwert können unter die Differenzbesteuerung fallen. Kupfermedaillen und Kupfergranulat werden in der Regel mit dem regulären Umsatzsteuersatz von 19 % beim An- und Verkauf behandelt. Anlagegold ist demgegenüber umsatzsteuerbefreit. Für den Einzelfall sollte eine Steuerberatung hinzugezogen werden.

Warum läuft Kupfer an und wie lässt sich das vermeiden? +

Kupfer reagiert mit Sauerstoff und Luftfeuchtigkeit und bildet mit der Zeit eine dunkle Patina. Ein wirksamer Schutzfilm ab Werk sowie die Lagerung in Münzkapseln verlangsamen diesen Prozess deutlich. Beim Anfassen sollten Baumwollhandschuhe getragen werden, da Hautfett das Anlaufen beschleunigt.

Spielt der Prägejahrgang bei Kupfermünzen eine Rolle? +

Bei den meisten Kupferprägungen ist das Prägejahr für den Wert zweitrangig. Entscheidender sind Motiv, Auflagenhöhe und Erhaltungsgrad. Limitierte Ausgaben in geringer Stückzahl und in Polierter Platte haben tendenziell das größte Sammlerpotenzial.

Ontvang gratis tips om uw vermogen te beschermen en hoor als eerste van nieuwe producten

Wilt u regelmatig op de hoogte worden gehouden van nieuwe producten, interessant financieel nieuws en exclusieve aanbiedingen? Meld u dan hier aan voor de gratis nieuwsbrief van Kettner Edelmetalle.

Door uw e-mailadres in te voeren en op de knop “Verzenden” te klikken, geeft u de volgende toestemming: “Ik ga ermee akkoord per e-mail te worden geïnformeerd over nieuwe producten, interessant financieel nieuws en exclusieve aanbiedingen en geef daarom toestemming voor de verwerking van mijn e-mailadres voor het toesturen van de nieuwsbrief. Deze toestemming kan ik te allen tijde en zonder opgave van redenen met werking voor de toekomst intrekken. De rechtmatigheid van de verwerking die vóór de intrekking heeft plaatsgevonden, blijft bij intrekking onaangetast.”